Maurits van BUren

NIELS VERHAGE / 17 APRIL 2020

E niels@zilveradvocaten.nl

T +31 (0)20 403 7222

Op de hoogte blijven van alle arbeidsrechtelijke ontwikkelingen?
MELD U AAN voor onze ARBEIDSRECHT ALERTS!

Het opnemen van vakantie in tijden van corona én daarna

In deze turbulente tijd wordt er veel gevraagd van werkgevers én werknemers. De kantoortuin is (veelal) ingeruild voor een werkplek thuis en collega’s zijn vervangen door een ook thuiswerkende partner en kinderen die online les krijgen. Dit alles is niet ideaal en vereist flexibiliteit van iedereen. Werkgevers en werknemers zijn op zoek naar een balans om deze tijd zo goed mogelijk door te komen.

Het opnemen van vakantie maakt daar ook onderdeel van uit omdat het belangrijk is dat werknemers regelmatig moeten bijkomen van hun werk ook, en misschien wel juist nu, in deze corona tijd. Het is daarom dat werkgevers hun werknemers stimuleren om vooral toch vakantiedagen op te nemen. Meer dan een dergelijke stimulatie is echter niet mogelijk. Werkgevers kunnen werknemers namelijk niet verplichten vakantiedagen op te nemen. Dat kan alleen met instemming van de individuele werknemer.

Werknemers mogen reeds geplande vakantieaanvragen in beginsel intrekken

Veel werknemers hebben al vakantie aangevraagd voor de naderende meivakantie of zelfs voor de zomervakantie. Deze werknemers zien hun plannen mogelijk in duigen vallen bijvoorbeeld vanwege het reisverbod. Sommige van deze werknemers willen de geplande vakantie daarom intrekken om deze vervolgens op een later moment in te halen. De vraag die wij regelmatig krijgen in onze dagelijkse praktijk is of een werknemer een reeds aangevraagde en door de werkgever goedgekeurde vakantie kan intrekken en of een werkgever dat moet toestaan.

De wet is op dit punt helaas niet duidelijk. Op basis van goed werkgeverschap valt echter te betogen dat wanneer een werknemer zijn vakantieaanvraag intrekt, en dus toch liever komt werken, dit in beginsel is toegestaan mits de huidige bedrijfsomstandigheden zich daartegen niet verzetten. Het dient dan wel te gaan om zwaarwegende omstandigheden op grond waarvan de werkgever kan weigeren om geplande vakantiedagen van werknemers in te trekken. Een werkgever die weigert reeds geplande vakantiedagen in te trekken dient dat dus wel heel goed uit te kunnen leggen.

Overleg tussen werkgever en werknemer is daarbij essentieel en daarbij is het belangrijk om gezamenlijk te bekijken wat de opties eventueel (kunnen) zijn. Dat kan ook een oplossing in het midden zijn waarbij een werknemer zijn geplande vakantie gedeeltelijk opneemt.

Bepaal van te voren hoeveel medewerkers per periode met vakantie kunnen gaan (voor als dat weer mogelijk is) om onderbezetting te voorkomen

Veel werkgevers maken zich nu al zorgen dat werknemers ‘massaal’ op vakantie (willen) gaan zodra dat weer enigszins kan zodat een onderbezetting in het bedrijf dreigt. Dit risico valt niet geheel uit te sluiten maar kan wel worden verkleind met een goede administratie en waarbij per periode (bijvoorbeeld een week) een maximaal aantal werknemers op vakantie mag gaan.

Beslis tijdig (binnen 2 weken) op vakantieaanvragen van werknemers

Werkgevers dienen er wel op bedacht te zijn dat wanneer een werknemer vakantie aanvraagt, een werkgever binnen 2 weken op deze aanvraag schriftelijk moet beslissen. Gebeurt dat niet, of te laat, dan bepaalt de wet dat de vakantie is vastgesteld conform de wensen van de werknemer.

Een werkgever kan negatief beslissen op een aanvraag voor vakantie indien sprake is van gewichtige redenen (bijvoorbeeld onderbezetting dat het bedrijfsbelang schaadt) die zich verzetten tegen de aangevraagde vakantie. Het is dus wel belangrijk dit tijdig te doen (binnen 2 weken na de aanvraag) én schriftelijk. Een goede communicatie richting de medewerkers (hoe gaan we om met de aanvraag voor vakantie) en onderling overleg (inventariseer wie wanneer en hoelang op vakantie wilt) is overigens wel aan te bevelen.

Stimuleer personeel zo nodig met vakantie te gaan

Ten slotte zij herhaald dat het periodiek op vakantie gaan belangrijk is voor de werknemers (de zogeheten ‘recuperatiefunctie‘). Werkgevers dienen hun werknemers daarom te stimuleren om regelmatig vakantie op te nemen.

Daarbij kan het helpen werknemers te wijzen op het feit dat opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen op enig moment komen te vervallen en/of verjaren. In dat verband merk ik op dat wettelijke vakantiedagen die zijn opgebouwd in 2019, en nog niet (geheel) zijn genoten, vervallen per 1 juli 2020. Werkgevers doen er verstandig aan werknemers hierop te wijzen zodat zij mogelijk dan (wel) zijn bereid deze wettelijke vakantiedagen uit 2019 tijdig (dus voor 1 juli a.s.) op te nemen. Wettelijke vakantiedagen die dit jaar (2020) worden opgebouwd vervallen per 1 juli 2021. Bovenwettelijke vakantiedagen verjaren 5 jaar na het kalenderjaar waarin zij zijn opgebouwd.

Heeft u vragen, stel deze gerust! Zilver Advocaten helpt u graag verder.

Deze blog is geschreven door Niels Verhage
E niels@zilveradvocaten.nl
T +31 (0)20 403 7222

vakantie

Meest recente berichten

Bekijk alle blogartikelen

Op de hoogte blijven van alle arbeidsrechtelijke ontwikkelingen?

MELD U AAN voor onze ARBEIDSRECHT ALERTS!